Een stad waar reizigers langs heldere routes en met betrouwbare reistijden makkelijk in en uit kunnen reizen, is een stad waar bedrijven zich willen vestigen en mensen willen wonen en werken. Bij een verdere verstedelijking is het van belang kwaliteiten van Openbaar Vervoer, auto en fiets zo slim mogelijk te combineren. Een fijnmazig OV-netwerk in de stad, meer vervoer over water, en ruimte voor de fiets zorgen ervoor dat voor kortere afstanden de auto niet nodig is. Dat houdt de stad én de regio bereikbaar en leefbaar.
Binnen de stad leggen we het accent op snelle, veilige fietsroutes en zetten we in op verkeersveiligheid en de 30 km zones gefaseerd ook zo in te richten in de drukkere delen van de stad. Voor de binnenstad formuleren we een nieuwe parkeer- en bereikbaarheidsopgave. De basis hiervoor wordt gevormd door de Koersnota Mobiliteit.
Voor de verbinding met omliggende gemeenten, waarbij Dordrecht voor veel Drechtstedelingen eindbestemming of overstapplaats is, investeren we (samen met partners) in de twee belangrijkste OV-knooppunten van de stad: het Centraal Station en treinhalte Campus Leerpark/Gezondheidspark.
Rijkswaterstaat pleegt de komende jaren grootschalig onderhoud aan de N3. Samenwerking met de regio en met de betrokken gemeenten Dordrecht en Papendrecht is hierbij essentieel. Uitgangspunt is dat deze belangrijke verbindingsweg er straks weer als nieuw bij ligt en ook de komende jaren blijft voldoen aan de geldende eisen ten aanzien van kwaliteit, veiligheid, geluid en luchtkwaliteit. Rijkswaterstaat en de gemeente(n) werken nauw samen om de tijdelijke overlast die de werkzaamheden met zich meebrengen duidelijk te communiceren en waar mogelijk te beperken. Waar mogelijk benutten we kansen om bereikbaarheid en duurzaamheid te verbeteren.
Tot slot strijden we voor meer balans in de lusten en lasten waar onze stad als schakelpunt tussen Brabant en de Randstad mee te maken heeft. We werken al decennia lang - en ondanks toenemende transportbewegingen - loyaal mee aan het verbinden van de Rotterdamse havens met het ‘achterland’, waarbij we bijbehorende overlast en veiligheidsrisico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zo goed mogelijk ondervangen. Daar mag iets tegenover staan! We vinden het niet meer dan logisch dat onze inwoners en forensen profiteren van onze strategische ligging aan het spoor en zetten bij Rijk en strategische partners in op snelle, frequente treinverbindingen met Rotterdam én Breda.
Van de gesprekstafel: ‘Al die bestelbusjes, vrachtwagens en bezorgbrommers in de stad. Kan dat efficiënter en met minder herrie, drukte en uitlaatgassen? Daag de markt uit om met een duurzame oplossing te komen. En denk als gemeente mee aan de randvoorwaarden, die daarvoor nodig zijn.’