Bijlage 2

Interviews met partners

  • Bram Schouten pleit voor nieuwe toepassingen handhavingsteam
  • Pieter Honing pleit voor de volgende stip op de horizon
  • Anton Reker pleit voor durf: ‘Laat je niet afstoten door de drammers, maar laat je aansteken door de kansen’
  • Leontine Bibo van Buurtgezinnen.nl ziet kansen voor breukvrije zorg
  • Rob van Dalen pleit voor concreet doen met een lange adem: “Het is slordig als iemand na een half jaar weer aan de kant staat”

Bram Schouten pleit voor nieuwe toepassingen
handhavingsteam

Sinds 2010 werkt de gemeente Dordrecht met de taskforce Overlast. Met deze taskforce wordt (met name in twee wijken) ingezet op meer ernstige vormen van overlast. De veroorzakers van die overlast worden stevig aangepakt door het multidisciplinaire handhavingsteam. Dat handhavingsteam is na de verkiezingen van 2014 voortgezet. Bram doet de aanpak uit de doeken: “Voordat we gaan handhaven, zetten we wel in op sociale aspecten. We kijken wat er speelt achter dat gedrag. Waarom doet iemand wat hij doet. Vervolgens krijgt iemand een hulpaanbod op maat. Als dat niet werkt, komt het multidisciplinaire handhavingsteam in beeld. Daar zitten politie, gemeente, sociale dienst en belastingdienst in. Met elkaar kun je een behoorlijke vuist maken naar de mensen die echt niet willen. Als handhavingsteam gaan wij dan een sociale analyse maken rondom die personen en dan gaan we kijken ‘waar kunnen we ze pijn doen’. We focussen ons daarbij niet alleen op de persoon zelf, maar betrekken ook zijn sociale omgeving. Vader, moeder, broers, zussen, vriendinnen, exen, noem maar op. Bij hen gaan wij kijken: hebben zij nog wat open staan. Ligt er bijvoorbeeld nog een slapende belastingschuld. Krijgen zij een uitkering, wordt er gefraudeerd. Die kring gaan we bezoeken en wij zeggen dan: we zijn hier omdat jouw kind, kleinkind, ex-vriend heel veel overlast veroorzaakt en dat moet stoppen. We verwachten van jou dat jij invloed uitoefent zodat die persoon echt gaat stoppen met dat gedrag. Als hij niet stopt, blijven wij jullie ook lastigvallen. Ons doel is om ze toch de goeie kant op te bewegen. Want de deur naar de hulpverlening blijft altijd op een kier. Het doel is nooit om iemand kapot te handhaven. Je moet zorgen dat iemand het licht gaat zien en toch iets van zijn leven gaat maken. School afmaakt, gaat werken of normaal gedrag gaat vertonen.”

Aan de slag met andere groepen
“We kijken nu of het ook werkt voor andere groepen. Eerst werkten we veel met Antilliaanse mannen van 25 tot 45. Die hebben al wel iets te verliezen. Nu hebben wij te maken met een Turkse/Marokkaanse groep die tussen de 15 en 19/ 20 jaar. Die zijn moeilijker aan te pakken. Het blijft ook altijd maatwerk. Kijk, soms heeft ook de familie zo’n ontspoorde jongen los moeten laten, omdat ze er geen kant mee op konden. Dan heeft het geen zin om die mensen lastig te vallen.” Met ondermijning kom je op de doorgewinterde criminelen en die hebben vaak niet de eerste de beste advocaat. Dan moet je extra goed kijken welke acties je inzet. En we mikken op een zeer hoog slagingspercentage, dat je de acties die je inzet ook goed kan verkopen. Dat je niet wordt teruggefloten. Hier beginnen we overigens niet met een hulpaanbod.” Mijn advies zou zijn: verken andere doelgroepen. Denk aan veelplegers, hooligans, HIT-ters, motorbendes. die Een veel-pleger kost de maatschappij 150.000 euro per jaar. Wij pakten zo’n jongen via onze methode aan en we hebben drie jaar geen last meer van hem gehad en die aanpak heeft al met al misschien 15.000 euro gekost.”

Risico van bezuinigingen
Voor de aanpak geldt dat organisaties intensief samen moeten werken en oog moeten hebben voor elkaars belangen. Bram ziet voor de toekomst dan ook een belangrijk risico: “Je moet er heel erg op bedacht zijn dat partijen in tijden van reorganisaties en bezuinigingen zich terug kunnen trekken op hun kerntaken. Als dat zou gebeuren, is dat killing voor de samenwerking. De kracht zit hem juist in die samenwerking.”

Pieter Honing pleit voor de volgende stip op de horizon

Pieter Honing is franchisenemer van McDonalds in Dordrecht. Hij heeft zich de afgelopen jaren zeer actief beziggehouden met de levendigheid van de Dordtse binnenstad. Een gesprek met een gedreven ambassadeur van Dordrecht: “Als een New Yorker hier rondloopt, dan valt zijn bek open. Zoveel historie. Dat weet ik zeker.”

De eerste kennismaking
"Ik meldde mij aan als ondernemer in Dordrecht, via sociale media. En toen kreeg ik een mail van Reineke de Vries, coördinator voor nieuwe bedrijven vanuit de gemeente. Die mailde mij zomaar, stelde zich voor. ‘Ik ben coördinator voor de horeca en retail, als ik u ergens mee kan helpen, mail maar.’ Ik zat flabbergasted achter mijn PC. Toen heb ik haar gebeld. Ik zou het leuk vinden als de wethouder van Economische Zaken de zaak opent. De wethouder Economische Zaken kon niet, die van Werkgelegenheid wel, nou dat sluit ook prima aan. Een week of zeven later mailde de secretaresse van de wethouder Economische Zaken: de wethouder kon toen niet, maar hij zou het wel leuk vinden om nu kennis te maken.”

Open en benaderbaar
"Ze staan heel open voor ideeën van bijvoorbeeld ondernemers en lang niet alle ideeën kunnen. Ondernemers hebben ook een hele eigen agenda. Dat is een goed spanningsveld, maar als ik zie wat de gemeente doet, ook met de ontwikkeling van de binnenstad, hoe zij open staat voor overleg met andere partijen, echt luistert naar andere partijen. Ideeën die je aanreikt serieus nemen, soms nemen zij ze wel mee, soms niet, maar ze staan er in ieder geval open voor.”

Op naar een nieuwe uitdaging
"Het project levendige binnenstad is op een haar na afgerond en als je gaat kijken hoe de binnenstad er 10 jaar geleden voor stond en nu, dan zijn er daadwerkelijk mooie stappen gezet. Anderhalve maand geleden was er een overleg met de wethouder Binnenstad, Piet Sleeking, we moeten wel gaan nadenken over de vraag wat wordt het volgende punt op de horizon? Er liggen behoorlijk wat uitdagingen. Die visie op de levendige binnenstad hebben zij goed uitgevoerd. Alleen in het winkelgebied, daar zijn de laatste jaren klappen gevallen, omdat het winkelen is veranderd. De taak van nu gaat worden om de oude historisch binnenstad zo te koppelen met het winkelgebied dat het één mooie mengvorm wordt, dat mensen en kunnen winkelen en recreëren. De horeca heeft de laatste jaren al een behoorlijke upgrading gehad, met mooiere, bredere en betere terrassen, ook met een kwalitatief beter aanbod, waardoor de mensen ook in de binnenstad blijven. Je hebt nu het gebied van het Energiehuis met de bioscoop, je hebt de historische binnenstad en je hebt het havengebied en nu moet je proberen om dat totaal met elkaar te gaan verbinden. Dat wordt de nieuwe stip op de horizon. Het is zoeken naar het logisch maken van de verbindingen, zodat je alle mogelijkheden in een hele mooie stad ervaart.”

Typering van het college
“Wat ze vooral goed doen daarin is de benaderbaarheid en bereikbaarheid. Ik ben lid van de Dordtse ondernemersvereniging, die komt vrij regelmatig bijeen. Het college is daar bijna altijd bij. Een mooi voorbeeld was een probleem met de Omgevingsdienst. De ondernemersvereniging kreeg signalen dat de Omgevingsdienst soms star was. Daar is een opmerking over gemaakt richting de politiek en de wethouder neemt direct zijn verantwoordelijkheid en gaat in gesprek met de directeur van de Omgevingsdienst om te horen wat er aan de hand is. Vervolgens is er een gesprek gearrangeerd met het bestuur van de Dordtse ondernemersvereniging. De directeur erkende de problemen, maar kunnen jullie mij helpen om wat knelpunten op te lossen. Er gaan nog wel eens dingen mis, maar je ziet dat mensen zich niet verschuilen achter dikke muren van ‘jullie zeuren’. Gooi het open, maak het bespreek en los het op. Ik hou wel van die can do mentaliteit. We gaan het gewoon doen.”

Anton Reker pleit voor durf: ‘Laat je niet afstoten door de drammers, maar laat je aansteken door de kansen’

Anton Reker is een bekende initiatiefnemer in Dordrecht op het gebied van stadslandbouw en duurzaamheid. Hij is lokaal actief geworden door mee te denken over publiek private samenwerking op het gebied van duurzaamheid. In zijn verhaal klinkt de drang door naar meer durf.

Bescheidenheid die niet gepast is
Het eerste dat Anton opviel aan de gemeente Dordrecht is de mate waarin goede initiatieven vrijwel onopgemerkt blijven: “Ik kreeg al snel in de gaten dat de gemeente heel erg vooroploopt. Bijvoorbeeld met mobiliteitsproblematiek lopen ze voorop. Ze staan ook heel erg open om na te denken over windenergie en zonne-energie. Ik vind dat ze heel open staan voor stadslandbouw en circulaire economie. Dat is echt fantastisch. Het is bijzonder dat een vrij kleine stad zich daar zo op profileert, niet op één front, maar op alle fronten. De nieuwe Dordtse Biesbosch. Ik denk dat half Dordrecht amper in de gaten heeft dat daar iets heel bijzonders aan het ontstaan is. Dat is wel typisch Dordts. Iets heel bijzonders doen en daar niet over communiceren. Het is ‘bescheidenheid die niet helemaal gepast is. Een buitenstaander moest hier komen vertellen dat hier hele bijzondere dingen gebeuren op het gebied van zorg voor demente bejaarden. Zo is hier een beleeftuin opgezet, voor die groep. Een professor uit Amsterdam, Erik Scherder, moest komen vertellen dat het zo bijzonder was wat hier gebeurde. Niemand had dat in de gaten hier. Je moet het hebben van dat soort pareltjes: die je moet zien.”

Wees niet bang voor de boze burger
Naast enthousiasme ziet Anton Reker ook voorzichtigheid, op het angstige af: “Ik heb zo vaak meegemaakt dat een idee wordt ondergesneeuwd in de klacht van ‘een burger’. Gewoon een beroepszeurder. Die kan in zijn eentje het hele idee om zeep helpen. Dat is zo fragiel. Dat daar ruimte voor wordt gegeven. Ik snap dat niet. Nou ja, deels wel. Iedereen moet gehoord worden, maar het is iets anders om je oren te laten hangen naar één boze burger.
Er zijn allerlei initiatieven om het eiland energie neutraal te maken. Het is een streven, dat heel makkelijk meetbaar te maken is. In plaats van dat het idee wordt opgepakt en overal wordt uitgevent, wordt er continu gekeken naar alle problemen die er zijn. Als je iets wilt, moet je het idee echt omarmen. Ik snap dat je het niet met iedereen eens kunt zijn, maar je probeert het grote idee vast te houden. Niet alleen in de hoofden van mensen, maar vent dat ook uit op een grotere schaal.” Op het gebied van duurzaamheid liggen geweldige kansen op het gebied van recycling. Samenwerking met HVC geeft je megakansen. Je kunt een aantal specifieke kansen oppakken rondom Cirkellab. Die mensen doen bijzondere dingen. Laat je niet afstoten door de drammers, maar laat je aansteken door de kansen.”

Koplopers vangen meer wind
In het gesprek met Anton Reker gaan enthousiasme, kritiek en aanmoediging naadloos in elkaar over. Hij heeft bewondering voor de burgemeester en wethouders die voortdurend aanwezig zijn in de stad. Tegelijkertijd kennen de ervaringen met ambtenaren ook dieptepunten: “Een aantal ambtenaren verschuilt zich achter nota’s en formaliteiten. Mij mag je behandelen zoals je wilt, maar ik ben ook vaak als een kind behandeld hier door die ambtenaren. Dan denk ik, joh, weet je wel wie je tegenover je hebt zitten? Ik denk dat Dordrecht redelijk vooroploopt. Het is niet makkelijk om koploper te zijn. Je weet dat als je koploper bent, dingen ook fout zullen gaan. Probeer je zo te positioneren dat de bewoner ook snapt dat iets fout kan gaan. En als er eens iets mis gaat, kom daar gewoon ruiterlijk voor uit.”

Leontine Bibo van Buurtgezinnen.nl ziet kansen voor breukvrije zorg

In de stroom van lokale initiatieven rond de drie decentralisaties valt Buurtgezinnen.nl op. Het is een landelijk initiatief dat inmiddels in 10 gemeenten handen en voeten krijgt. Buurtgezinnen biedt overbelaste gezinnen verbinding met een steungezin. Zo’n steungezin biedt wat adem door bijvoorbeeld de woensdagavond met de kinderen te eten en zaterdag de jongens mee te nemen naar het voetbal. De ‘match’ tussen het overbelaste gezin en het steungezin is belangrijk. Dat is de specialisatie van Buurtgezinnen.nl. Leontine Bibo, initiatiefnemer van Buurtgezinnen.nl, heeft met dit initiatief haar ervaringen en lessen als pleeggezin omgezet in een ‘light variant’. De gemeente Dordrecht heeft besloten dit initiatief ook hier vorm te geven. Wij spreken haar over haar inzet voor gezinnen en haar ervaringen met de gemeente.

Lerend werken
“Wat ik heel leuk vind is, dat beide wethouders (WMO en Jeugd) bij dit project betrokken zijn. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt in een gemeente. Meestal wordt het alleen bij Jeugd neergezet. Als je aan iets nieuws begint dan weet je heel veel dingen nog niet. Dat ‘onzeker weten’, zoals lector Martin Stam dat noemt, daar moet je tegen kunnen. Nou, daar kunnen deze wethouders uitermate goed tegen. Het hoeft niet allemaal precies bekend te zijn. Ik merkte daardoor dat ik het zelf ook helemaal prima vond om te vertellen wat niet vanzelf goed gaat. Omdat je niet het idee had dat je daarvoor afgestraft zou worden. Een voorbeeld waar het moeilijk van de grond komt, konden we gewoon bespreken. Dan is niet gelijk de gedachte dat het concept niet goed is. Maar kijken, wat die knelpunten voor Dordrecht kunnen betekenen.”

Dordrecht doet wel veel
“Wat ik wel merk is dat er op dit moment zoveel projecten zijn, dat het wel een beetje vechten wordt voor de aandacht voor ieder project. Dat is wel iets om in de gaten houden. Hoe ga je al die nieuwe initiatieven verbinden? Ik zou me kunnen voorstellen dat dit een punt van aandacht is.”

Breuken voorkomen/ continuïteit bieden
Leontine Bibo is gepokt en gemazeld in de jeugdzorg. Gevraagd naar het grootste afbreukrisico opent zij met een scherpe analyse van de jeugdzorg in Nederland: “Het is mooi als een gezin zelf weer gezond wordt, maar er zijn ook gezinnen die structureel weinig draagkracht hebben. Daar moet dan blijvend een steunend netwerk om heen. Dat moet je vooral niet te vroeg loslaten. Veel gemeenten zitten heel erg op het idee dat hulp tijdelijk zou moeten zijn. Discontinuïteit is een probleem in de hele jeugdzorg en ook in de pleegzorg. Ik wil ervoor zorgen dat er overal in Nederland steungezinnen zijn, waar ouders op terug kunnen vallen, voor je in het formele circuit van pleegzorg terecht komt. Wij geloven juist in een langere verbinding en langdurige relaties tussen gezinnen. Dat vinden sommige gemeenten lastig, die zetten onder het mom van ‘eigen kracht’ erg op ‘hulp zo snel mogelijk overbodig maken’. Eigen kracht is heel belangrijk, maar het is ook heel fijn als iemand heel lang met je meeloopt en je steunt als dat nodig is. Op continuïteit bieden aan kinderen in kwetsbare gezinnen wordt veel te weinig gestuurd.”

Welke kansen biedt het resultaat tot nu toe?

“Wat ik een hele mooie kans zou vinden, is als het lukt om in de gemeente een netwerk op te bouwen van allerlei gezinnen die steun kunnen bieden aan kinderen die het moeilijk hebben. Dan denk ik aan logeergezinnen, pleeggezinnen, gezinshuizen, vrijwilligers van Homestart en misschien nog andere maatjes-projecten. Het zou mooi zijn als de organisaties die daarvoor ingekocht zijn door de gemeente Dordrecht samen gaan bekijken hoe ze met elkaar een sterk netwerk van draagkrachtige gezinnen kunnen vormen. Deze gezinnen kunnen van elkaar leren en elkaar versterken. En de gemeente krijgt heel goed in beeld waar draagkrachtige gezinnen zitten die kunnen helpen als kinderen dreigen te ontsporen. Zo creëer je binnen de gemeente een continuüm met allerlei vormen van ondersteuning in een gezinssetting, van licht tot zwaar. Het zou een netwerk kunnen zijn waar je als gemeente ook kunt aankloppen als je bijvoorbeeld minderjarige asielzoekers wilt opvangen. Zo’n netwerk van steungezinnen zou in een gemeente als Dordrecht toch te creëren moeten zijn.”

Rob van Dalen pleit voor concreet doen met een lange adem: “Het is slordig als iemand na een half jaar weer aan de kant staat”

Rob van Dalen is directeur van SPG Infrastructuur in Zuid-Holland. Hij houdt kantoor op Zuid-Holland Infra Park naast het Lentiz Life college in Schiedam. De inrichting van de plek is gelijk praktijkervaring voor de deelnemers. Zij worden opgeleid in het werken in de wegenbouw. De aanpak van SPG Infra vakopleidingen is uitzonderlijk. De jongens komen in dienst bij het SPG en worden gedurende langere tijd al werkend in de wegenbouw opgeleid. Vaak hebben deze jongens bij binnenkomst geen startkwalificatie: “Er komen hier jongens binnen waarvan de ouders zeggen: die redt het niet. Leren vindt hij veel te moeilijk. Vervolgens stromen zij hier uit met niveau 3, dat is MBO-niveau. Je wordt veelal in een hokje gezet. Ook omdat je lastig bent. Een docent heeft weinig tijd en interesse voor je. Of iemand denkt, hij is lastig we doen hem in een leer – werk traject, want dan is hij uit school, maar zijn diploma haalt hij dan niet omdat de theorie versloft wordt, terwijl hij de theorie best aan kan. Alleen, met sommigen moet je gewoon wat meer geduld hebben.”

Het initiatief in de Drechtsteden
In de Drechtsteden is rond deze groep jongeren een bijzonder initiatief ontstaan: “Tijdens een bijeenkomst met allerlei partijen waren we aan de slag met sectorplannen. Er zaten heel veel instanties - onderwijs, bedrijfsleven, overheid - bij elkaar om met Asscher-gelden de jongeren een kans te geven. Toen sprak wethouder Van de Burgt de legendarische woorden ‘Ik wil wel stappen maken’. Ik zei toen: 'Als je stappen wil maken, dan moet je wel zorgen dat het straatwerk er ligt.' Dus waarom zetten wij die jongeren niet in om in de wijk arbeid te verrichten en de straat op te knappen in de wijk. De discussie ging daar weer verder.
Later heeft hij mij opgebeld en gezegd: ‘Ik wil met je praten. Je hebt me getriggerd. We gaan dat doen. We gaan inderdaad de ploegen inzetten’ en hij heeft toen inderdaad de handschoen opgepakt. Hij heeft daarbij ook gevraagd: ‘Laat weten hoe we het in kunnen richten’. We hebben toen afgesproken een Infra Talentpool op te zetten, zodat we jongeren kunnen laten komen en een kans kunnen bieden op werk en leren. We ze kunnen opvangen. En we plaatsen die jongeren bij bedrijven en zo houden wij ze van de straat.”

Concreet doen als stijl van besturen
De stijl van aanpakken in de Drechtsteden spreekt aan. Wethouder Van de Burgt typeert hij als een doener: “Niet een verhaal gaan vertellen, maar gewoon doen. Hij vroeg: ‘wat heb je nodig’. Dat is simpel, wij hebben werk nodig. Ons werk wordt aanbesteed door Rijkswaterstaat, provincies en gemeente. Wat wethouder Van de Burgt heeft gedaan, is overal de afdelingen opengesteld om met elkaar te gaan praten over hoe wij het kunnen vormgeven. Dat is een heel proces. Door alle afdelingen is daar heel positief aan bij gedragen. Dat heeft de wethouder ook mogelijk gemaakt. We zijn gestart met 14 jongens en vandaar uit gaat het verder. Zo proberen we binnen twee jaar aan die 50 te komen. Dat gaat lukken. Aan ons zal het niet liggen”

Advies aan het bestuur
“Hou het simpel en zorg ervoor dat je de verbinding houdt voor een langere periode dan een half jaar, dan moet je ook een verbinding aangaan voor langere tijd. Dat is toch niet het geval met al die integratiebureaus die een half jaar zo’n jongere bezighouden en na een half jaar moet die jongere een stap maken, maar dat lukt niet, want ze staan weer aan de kant. Wij zeggen, we kunnen met de overkoepeling van alle verschillende infrabedrijven langer met die jongeren aan de slag. Net zolang tot het wel lukt. Als je na een half jaar iemand weer los laat uit deze groep, staat hij weer aan de kant. Dat vind ik zo slordig.”

SPG is een stichting die tot doel heeft jongeren de garantie te geven om opleidingstrajecten te volgen tot dat ze gediplomeerd zijn. Hiermee vergroten zij hun kans op werkbehoud en hoeven zij geen beroep te doen op een uitkering of bijstand. En daar is het de gemeente Dordrecht en in bijzonder de wethouder Van de Burgt om te doen.